Het ziekteverzuim lag in het vierde kwartaal van 2025 op 5,6%, terwijl het aantal WIA-aanvragen in 2024 opliep tot meer dan 88.000. Deze cijfers zijn herkenbaar voor u als werkgever, HR-professional of bedrijfsarts. Het is dan ook belangrijk om tijdig helder te krijgen wat een medewerker nog wél kan doen, welke beperkingen er zijn en welke stappen er in de re-integratie genomen moeten worden.
Een arbeidsdeskundig onderzoek, ook wel AD-onderzoek genoemd, biedt deze duidelijkheid. Het onderzoek analyseert of iemand kan terugkeren in het eigen werk, of er aanpassingen nodig zijn, of dat ander passend werk binnen of buiten de organisatie nodig is. Dit raakt direct aan de thema's van bedrijfsgeneeskunde, verzuimbegeleiding en duurzame inzetbaarheid. Meer weten over het belang van een AD-onderzoek en hoe u dit kunt inzetten? Bezoek de website van Doktor Beter voor uitgebreide informatie.
Hoewel een arbeidsdeskundig onderzoek niet wettelijk verplicht is, hecht het UWV veel waarde aan de uitkomsten ervan. Zonder een goed onderbouwd inzicht in de arbeidsmogelijkheden wordt het lastiger om re-integratie zorgvuldig vorm te geven en aan te tonen. Zeker nu psychisch verzuim toeneemt en loonsancties aanzienlijk kunnen oplopen, kan het verstandig zijn tijdig een AD-onderzoek in te zetten.
Arbeidsdeskundig onderzoek: wat wordt er precies onderzocht?
Een arbeidsdeskundig onderzoek brengt in kaart welke mogelijkheden een werknemer nog heeft om te werken tijdens langdurig verzuim of bij dreigende uitval. Daarbij kijkt de arbeidsdeskundige niet alleen naar beperkingen, maar juist ook naar belastbaarheid, passende werkzaamheden, de inrichting van de werkplek en de vraag of terugkeer in eigen werk nog haalbaar is.
In de praktijk draait een arbeidsdeskundig onderzoek vaak om vier vragen:
- Kan de werknemer terugkeren in het eigen werk?
- Kan het eigen werk passend worden gemaakt met aanpassingen?
- Is er ander passend werk binnen de organisatie mogelijk?
- Als dat niet lukt: is werk buiten de organisatie aan de orde?
Dat sluit aan bij de manier waarop het UWV en de Wet verbetering poortwachter naar re-integratie kijken. Eerst wordt gekeken naar mogelijkheden binnen de eigen organisatie, daarna pas naar werk buiten de organisatie. De NVvA over spoor 1 of spoor 2 beschrijft dat uitgangspunt helder.
Voor werkgevers is dit onderzoek belangrijk omdat het helpt om keuzes in het re-integratietraject goed te onderbouwen. Voor werknemers geeft het duidelijkheid over wat wel en niet passend is. Voor de bedrijfsarts vormt het onderzoek een praktische vertaling van medische beperkingen naar werkmogelijkheden.
Wanneer zet u een arbeidsdeskundig onderzoek in?
Arbeidsdeskundig onderzoek rond het eerste ziektejaar
Een arbeidsdeskundig onderzoek wordt vaak ingezet tussen de 42e en 52e ziekteweek, rond de eerstejaarsevaluatie. Dat is logisch: op dat moment moet duidelijker worden of re-integratie in eigen werk nog realistisch is en of spoor 1 voldoende perspectief biedt.
Toch bestaat er geen vast wettelijk moment waarop een arbeidsdeskundig onderzoek altijd moet plaatsvinden. In sommige dossiers is eerder inzetten verstandiger, bijvoorbeeld als al snel duidelijk is dat terugkeer in de eigen functie niet haalbaar lijkt. Juist dan voorkomt een tijdig onderzoek vertraging in het traject.
Dat sluit goed aan bij de stappen uit de re-integratie bij langdurig verzuim voor werkgevers. Hoe eerder er duidelijkheid is over passend werk, hoe beter werkgever en werknemer gericht kunnen handelen.
Arbeidsdeskundig onderzoek bij onduidelijkheid of stagnatie
Een arbeidsdeskundig onderzoek is ook zinvol als het re-integratieproces vastloopt. Denk aan situaties waarin:
- de werknemer nog wel inzetbaar lijkt, maar niet in de eigen functie;
- werkgever en werknemer verschillend kijken naar wat passend werk is;
- onduidelijk is of aanpassing van taken of uren voldoende helpt;
- intern geen passende functie direct zichtbaar is;
- de vraag speelt of spoor 2 voorbereid moet worden.
In zulke situaties helpt een objectief oordeel. De arbeidsdeskundige kijkt naar functie-inhoud, belasting in het werk, opleiding, ervaring en reële plaatsingsmogelijkheden. Dat maakt het gesprek concreter en voorkomt dat het dossier blijft hangen in aannames.
Arbeidsdeskundig onderzoek ook preventief inzetbaar
Hoewel een arbeidsdeskundig onderzoek vaak wordt gekoppeld aan langdurig verzuim, kan het ook preventief worden ingezet. Bijvoorbeeld bij terugkerend uitvalpatroon, een structureel te zware functie of een werknemer die dreigt uit te vallen doordat de balans tussen belastbaarheid en werkbelasting onder druk staat.
Zeker in een arbeidsmarkt met oplopend verzuim is dat relevant. Volgens het CBS over ziekteverzuim lag het ziekteverzuim in het vierde kwartaal van 2025 op 5,6%. Preventief kijken naar passend werk en duurzame inzetbaarheid kan dan veel opleveren.
Arbeidsdeskundig onderzoek en de Wet verbetering poortwachter
Is een arbeidsdeskundig onderzoek verplicht?
Een arbeidsdeskundig onderzoek is niet letterlijk verplicht gesteld in de Wet verbetering poortwachter. Toch is het in veel dossiers wel een belangrijke stap. Vooral wanneer de belastbaarheid beperkt is en het niet vanzelfsprekend is dat iemand terugkeert in de eigen functie.
Het UWV beoordeelt bij een WIA-aanvraag of werkgever en werknemer voldoende re-integratie-inspanningen hebben geleverd. Zonder arbeidsdeskundig onderzoek is het vaak lastiger om te laten zien dat serieus en zorgvuldig is onderzocht welke arbeidsmogelijkheden er nog waren.
Dat raakt direct aan de verplichtingen van werkgevers rondom arbo en verzuim. Een goed onderbouwd dossier is niet alleen administratief belangrijk, maar ook financieel.
Arbeidsdeskundig onderzoek bij spoor 1 en spoor 2
Binnen de Wet verbetering poortwachter geldt dat eerst gekeken moet worden naar terugkeer binnen de eigen organisatie. Dat is spoor 1. Als daar geen passende en duurzame mogelijkheid blijkt te zijn, komt spoor 2 in beeld.
Een arbeidsdeskundig onderzoek helpt om die afweging zorgvuldig te maken. De arbeidsdeskundige beoordeelt of eigen werk nog passend gemaakt kan worden, welke aanpassingen mogelijk zijn en of er andere functies binnen de organisatie beschikbaar zijn. Pas als dat onvoldoende perspectief biedt, wordt een traject buiten de organisatie logisch.
Die onderbouwing is belangrijk richting het UWV, maar net zo goed voor werkgever en werknemer zelf. Het voorkomt dat spoor 2 te vroeg of juist te laat wordt gestart.
Arbeidsdeskundig onderzoek en het risico op een loonsanctie
Als het UWV vindt dat een werkgever onvoldoende heeft gedaan aan re-integratie, kan een loonsanctie volgen. Dat betekent dat het loon tot maximaal 52 weken langer moet worden doorbetaald. In de praktijk kan dat een flinke kostenpost zijn, nog los van vervanging, werkdruk in het team en extra begeleiding.
Een arbeidsdeskundig onderzoek verkleint dat risico niet automatisch, maar helpt wel om te laten zien dat de arbeidsmogelijkheden serieus en objectief zijn onderzocht. Daarmee is het vaak een belangrijk onderdeel van een verdedigbaar Poortwachter-dossier.
Hoe verloopt een arbeidsdeskundig onderzoek in de praktijk?
Een arbeidsdeskundig onderzoek start meestal met dossierstudie. De arbeidsdeskundige bekijkt de beschikbare informatie over het verzuim, de functie, de re-integratiestappen en de medische beperkingen zoals die door de bedrijfsarts zijn vertaald naar belastbaarheid.
Daarna volgen meestal gesprekken met:
- de werknemer;
- de werkgever of leidinggevende;
- soms beide samen in een driegesprek;
- eventueel een aanvullend werkplekonderzoek.
De arbeidsdeskundige beoordeelt vervolgens de belasting van het werk in relatie tot de belastbaarheid van de werknemer. Ook wordt gekeken naar ervaring, opleiding, vaardigheden en praktische plaatsingsmogelijkheden.
Het resultaat is een rapport met onderbouwde bevindingen en advies, bijvoorbeeld over:
- terugkeer in eigen functie;
- aanpassing van taken, uren of werkplek;
- inzet van ander passend werk;
- de haalbaarheid van spoor 1;
- het moment waarop spoor 2 aan de orde kan zijn.
Voor werknemers is vooral belangrijk dat helder wordt wat van hen verwacht kan worden. Voor werkgevers geeft het rapport richting aan vervolgstappen. Voor de bedrijfsarts biedt het een concrete koppeling tussen medische inzetbaarheid en werk.
De rol van de bedrijfsarts bij een arbeidsdeskundig onderzoek
Een arbeidsdeskundig onderzoek kan niet los worden gezien van de bedrijfsarts. De bedrijfsarts beoordeelt niet welke functie passend is, maar geeft aan wat de medische beperkingen en mogelijkheden zijn. De arbeidsdeskundige vertaalt dat vervolgens naar werk, taken en re-integratieopties.
Die rolverdeling is belangrijk. De bedrijfsarts blijft verantwoordelijk voor de medische beoordeling, terwijl de arbeidsdeskundige kijkt naar de praktische inzetbaarheid in arbeid. Juist samen vormen die perspectieven een sterke basis voor goed advies.
Meer over die rolverdeling leest u ook in wat een bedrijfsarts precies doet. In onze praktijk zien we dat re-integratie sneller duidelijk wordt als medische en arbeidskundige expertise goed op elkaar aansluiten.
Het Arboportaal over het BAR-instrument laat zien dat die samenwerking ook landelijk steeds meer aandacht krijgt. Het doel van BAR is om bedrijfsartsen, arbeidsdeskundigen en verzekeringsartsen eenduidiger te laten communiceren over belastbaarheid en re-integratiemogelijkheden.
Wat betekent een arbeidsdeskundig onderzoek voor werkgever, werknemer en bedrijfsarts?
Arbeidsdeskundig onderzoek voor werkgevers
Voor werkgevers is een arbeidsdeskundig onderzoek vooral een hulpmiddel om richting te geven aan re-integratie en risico’s te beperken. U krijgt antwoord op de vraag welke werkzaamheden nog passend zijn, welke aanpassingen mogelijk zijn en welke vervolgstappen logisch zijn.
Dat helpt bij:
- het voeren van realistische gesprekken;
- het onderbouwen van keuzes in spoor 1 of spoor 2;
- het versterken van het re-integratiedossier;
- het voorkomen van onnodige vertraging.
Arbeidsdeskundig onderzoek voor werknemers
Voor werknemers zorgt een arbeidsdeskundig onderzoek vaak voor duidelijkheid en rust. Niet zelden is er onzekerheid over wat nog wel kan, of over de vraag of terugkeer in eigen werk haalbaar is. Een zorgvuldig onderzoek maakt die ruimte concreter.
Dat is niet alleen praktisch, maar ook mentaal belangrijk. Zeker nu psychisch verzuim en langdurige uitval toenemen. De UWV-cijfers over stijgende WIA-aanvragen laten zien dat de druk op goede begeleiding alleen maar groter wordt.
Arbeidsdeskundig onderzoek voor de bedrijfsarts
Voor de bedrijfsarts is een arbeidsdeskundig onderzoek waardevol wanneer de vertaalslag van medische belastbaarheid naar concrete arbeid complex wordt. Denk aan twijfel over passend werk, functiewijziging, werkplekaanpassingen of een mogelijke overstap naar ander werk.
De arbeidsdeskundige vult de medische beoordeling dan aan met arbeidskundige analyse. Daardoor ontstaat een beter onderbouwd advies voor alle betrokkenen.
Kwaliteit en objectiviteit bij een arbeidsdeskundig onderzoek
Een arbeidsdeskundig onderzoek heeft alleen waarde als het zorgvuldig, objectief en navolgbaar wordt uitgevoerd. De rapportage moet duidelijk maken op welke feiten, gesprekken en observaties de conclusies zijn gebaseerd.
Binnen de beroepsgroep spelen professionele standaarden een belangrijke rol. De herziene gedragscode van de SRA via de NVvA onderstreept het belang van onafhankelijkheid, transparantie en professionele verantwoordelijkheid.
Voor werkgevers en werknemers is dat belangrijk, omdat het vertrouwen geeft in de uitkomst van het onderzoek. Voor de bedrijfsarts is het belangrijk omdat goede samenwerking alleen werkt als ieder vanuit de eigen deskundigheid helder en onderbouwd adviseert.
Met een tijdig arbeidsdeskundig onderzoek voorkomt u onnodige vertraging in de re-integratie en krijgt u eerder zicht op wat een medewerker wél kan en welke stappen daarbij passen. Zo houdt u grip op het proces en werkt u gericht aan duurzaam en gezond werk.
Key takeaways
- Een arbeidsdeskundig onderzoek laat niet alleen beperkingen zien, maar benadrukt vooral de mogelijkheden en inzetbaarheid van de werknemer.
- Het onderzoek ondersteunt u bij een goed onderbouwde keuze tussen spoor 1 en spoor 2 en draagt bij aan een sterk, UWV-proof dossier.
- Bij stagnatie, twijfel over passend werk of dreigende uitval biedt een onafhankelijke arbeidsdeskundige een waardevolle, praktische analyse.
- De nauwe samenwerking tussen bedrijfsarts en arbeidsdeskundige maakt de vertaalslag van belastbaarheid naar concrete werkzaamheden beter uitvoerbaar.
- Ook preventief ingezet helpt het onderzoek om uitval te voorkomen en eerder passend werk of aanpassingen in de functie te organiseren.
- Met vroege preventie en gerichte begeleiding investeert u in duurzame inzetbaarheid en vermindert u langdurig verzuim.
Door arbeidsdeskundig onderzoek tijdig en doordacht in te zetten, creëert u samen met uw medewerkers een waardevolle basis voor gezond, passend en toekomstbestendig werk. Zo wordt re-integratie geen lastige verplichting, maar een kans om werk duurzaam beter te organiseren.